Het kind in jezelf

 

Ik groeide op in een warm gezin. Ik had lieve ouders en een lieve broer en zus. Mijn opa’s en oma’s heb ik ook allemaal nog gekend. De opa en oma van vaders kant helaas niet zo lang, de opa en oma van moeders kant een stuk langer, en over hen gaat dit verhaal.

Mijn vrouw en ik hebben drie kinderen. Opvoeding is nu anders dan toen ik kind was, en anders dan toen mijn ouders kinderen waren. Vanuit de levenslooppsychologie heb ik geleerd hoe grootouders door allerlei factoren een steeds belangrijkere rol in het opvoedingsproces van hun kleinkinderen krijgen.

Maar dat was toen ik kind was nog niet zozeer het geval.

Opa en oma Florian noemden we de grootouders van moeders kant, naar de hond die ze ooit hadden gehad. Overigens heb ik de hond nooit gekend, maar de naam bleef. Mijn kinderen noemen hen nog altijd opa en oma Klok, verwijzend naar de hoeveelheid klokken in huis, en naar het oude beroep van opa: klokken- en horlogemaker. Hij bleef dit nog tot op heel hoge leeftijd doen.

Opa en oma waren in mijn ogen een echte opa en oma. Opvoeden? Welnee. Gewoon mensen die leuke dingen deden met hun kleinkinderen. Van wandelen met de hond tot uren sjoelen, kaarten, puzzelen. Opa was een ster in valsspelen bij monopoly. Gelukkig deed hij dit heel opvallend en leerden wij ook al snel de fijne kneepjes daarin. Je kleinkind leren valsspelen. Misschien is dat ook wel opvoeding.

Opa kwam uit Alkmaar en oma was een ras-Groningse. En alles en iedereen die ook uit Groningen kwam, was bij voorbaat eigenlijk al goed volk. Het ”Van wel bist aine” was een zin die we als familie vaak zeiden als we het over oma hadden. Oma was kleuterjuf geweest en kende alle inwoners van de plaats. Dus als ze nieuwe kindjes in de klas kreeg vroeg ze van wie het kind “er eentje was.”

Toen ik mijn vriendin aan haar voorstelde, kwam deze zin ook voorbij en was het ijs al snel gebroken toen mijn vrouw in vloeiend Gronings tegen haar begon terug te praten. Als oma je in het hart sloot, wat ze eigenlijk heel snel deed bij alle aanhang, dan was het oppassen geblazen als iemand iets naars over die persoon te zeggen. De punt van haar stok plantte ze met verbazingwekkende gratie en met een grote glimlach op een teen of voet. ‘Oh jee, sorry hoor,’ zei ze dan met een grijns nadat ze nog even goed doorgedrukt had. Tja. Die oudjes en hun ouderwetse opvoedingsmiddelen …

Overigens denk ik niet dat het anders was geweest als mijn vrouw geen Groninger was geweest. Oma kon het niets schelen. Zij was blij als wij gelukkig waren, en daar mocht niemand een mening over hebben. En al helemaal niet als het om een relatie ging met het gelijke geslacht. Ze wist ook dat zij als oudere generatie daar soms alleen in stond. Maar dat interesseerde haar niet.

En opa? Opa heeft zich eigenlijk nooit uitgesproken over wat hij van mijn biseksualiteit en van mijn vrouw vond. Hij opende zijn armen en gaf iedereen een knuffel.

Wat het vooral zo fijn maakte was dat opa en oma altijd een beetje kind zijn gebleven. Misschien is dat de belangrijkste levensles die ik van hen geleerd heb. Reeds op leeftijd hing oma nog regelmatig aan de lier die over de vijver van het dorp hing, waarna ze ook regelmatig een nat pak haalde.

Nu, vele jaren later, realiseer ik me regelmatig dat ik veel op mijn oma begin te lijken. Ik plant nog geen stok op een voet, maar net als zij kan ik de aandrang niet weerstaan om even heel hard in een plas te stampen als ik in mijn eentje mijn avondronde aan het wandelen ben en ook ik kom regelmatig met natte broekspijpen thuis.

Uiteraard mag ik dat van mijn kinderen niet doen als zij erbij zijn, want dan wordt er volop met de ogen gerold. Alhoewel de jongste wel graag met me mee springt.

Mocht ik ooit kleinkinderen krijgen, dan hoop ik dat hun ouders een foto maken waarop mijn vrouw en ik met de kleinkinderen staan. Na het lieren over de vijver. En allemaal met natte broekspijpen.

De belangrijkste les van levenslooppsychologie?

Verlies nooit het kind in jezelf.